Whisky woordenboek: 100 begrippen en definities

Whisky heeft een eigen vakjargon, en dat is voor een groot deel Engels gebleven. Op deze pagina leggen we 100 begrippen uit die je tegenkomt op etiketten, in proefnotities en in webshops. Kort, in gewoon Nederlands, zonder omhaal.

Kom je een term tegen die hier niet staat? Laat het ons weten, dan vullen we de lijst aan.

A

ABV — Alcohol By Volume: het alcoholpercentage. Staat op elk etiket, meestal tussen 40% en 60%.

Age statement — De leeftijd op het etiket. Die verwijst altijd naar de jongste whisky in de fles, niet naar de oudste.

American oak — Amerikaanse eik (Quercus alba). Geeft doorgaans vanille, kokos en zoetere houttonen af.

Angel's share — Het deel dat tijdens rijping door het vat verdampt. In Schotland ongeveer 2% per jaar; in warmere klimaten aanzienlijk meer.

Aqua vitae — Latijn voor levenswater. Via het Gaelic uisge beatha is hieruit het woord whisky ontstaan.

B

Barley — Gerst, de basisgrondstof van malt whisky.

Batch — Eén productieronde. Bij small batch worden een beperkt aantal vaten samengevoegd tot één botteling.

Blended malt — Een mengeling van malt whisky's van meerdere distilleerderijen, zonder graanwhisky.

Blended whisky — Een mengeling van malt whisky en graanwhisky. Het overgrote deel van de wereldwijde verkoop.

Blender — De persoon die vaten selecteert en samenvoegt tot een consistent eindproduct.

Bourbon — Amerikaanse whiskey van minimaal 51% maïs, gerijpt op nieuwe, uitgebrande eiken vaten.

Bung — De houten stop waarmee het vat wordt afgesloten.

Butt — Groot sherryvat van ongeveer 500 liter. Het meest gebruikte sherryvattype in de whiskywereld.

C

Campbeltown — Whiskyregio in het westen van Schotland. Ooit tientallen distilleerderijen, nu nog een handvol.

Cask — Vat. De vorm, grootte en voorgeschiedenis bepalen voor een groot deel de uiteindelijke smaak.

Cask strength — Gebotteld op vatsterkte, dus zonder verdunning met water. Vaak 50-60% ABV.

Charring — Het uitbranden van de binnenkant van een vat. Levert een koollaag op die kleur en zoetheid geeft.

Chill filtration — Koudfiltratie: de whisky wordt sterk gekoeld en gefilterd zodat hij helder blijft bij lage temperatuur. Kost wel wat smaakstoffen.

Chinquapin oak — Eikensoort (Quercus muehlenbergii) die in kleine oplagen voor whiskyvaten wordt gebruikt.

Column still — Kolomketel voor continue distillatie. Wordt vooral gebruikt voor graanwhisky.

Cooperage — Kuiperij: het bedrijf waar vaten worden gemaakt en gerepareerd.

Cut — Het moment waarop de distilleerder overschakelt tussen voorloop, middenfractie en naloop.

D

Distillatie — Het scheiden van alcohol en water door verhitting en condensatie.

Double cask — Whisky die achtereenvolgens op twee verschillende vattypes heeft gelegen.

Draff — Het uitgeputte graanresidu na het maischen. Wordt meestal veevoer.

Dram — Een glas whisky. Geen vaste maat, meer een uitnodiging.

Duig — Een van de gebogen planken waaruit een vat is opgebouwd. Engels: stave.

Dunnage warehouse — Traditioneel opslagpand met aarden vloer en dikke muren, waar vaten maximaal drie hoog liggen.

Duty paid — Accijns is afgedragen. De fles mag vrij verhandeld worden buiten een accijnsgoederenplaats.

E

E150a — Karamelkleurstof. Wordt gebruikt om kleurverschillen tussen bottelingen weg te werken.

Eest — De oven waarin gekiemde gerst wordt gedroogd. Hier wordt eventueel turfrook toegevoegd.

Esters — Geurstoffen die tijdens de gisting ontstaan en zorgen voor fruitige tonen als peer en appel.

Ex-bourbon — Vat dat eerder bourbon bevatte. Levert doorgaans vanille, honing en kokos.

Ex-sherry — Vat dat eerder sherry bevatte. Geeft vaak donkere kleur, gedroogd fruit en noten.

F

Feints — De naloop van de distillatie. Wordt meestal opnieuw meegedistilleerd.

Fermentatie — Vergisting: gist zet suikers om in alcohol. Duurt doorgaans 48 tot 72 uur.

Finish — De afdronk: wat je proeft nadat je hebt geslikt, en hoe lang dat aanhoudt.

Finishing — Nalagering op een tweede vattype, vaak enkele maanden tot een paar jaar.

Firkin — Klein vat van ongeveer 40 liter. Door de gunstige verhouding hout-vloeistof rijpt de whisky er snel.

First fill — Vat dat voor het eerst met whisky wordt gevuld nadat het sherry of bourbon bevatte. Geeft de meeste smaak af.

Foreshots — De voorloop van de distillatie, met ongewenste vluchtige stoffen. Wordt afgescheiden.

G

Grain whisky — Whisky van andere granen dan gemoute gerst, meestal in kolomketels gestookt.

Grist — Het gemalen mout dat het maischproces ingaat.

H

Heads — Engelse term voor de voorloop. Zie foreshots.

Hearts — Het hart van de distillatie, de middenfractie die daadwerkelijk het vat in gaat.

Highlands — De grootste whiskyregio van Schotland, met enorme variatie in stijl.

Hogshead — Vat van ongeveer 250 liter, vaak opgebouwd uit duigen van bourbonvaten.

I

Independent bottler — Onafhankelijke bottelaar: koopt vaten bij distilleerderijen en bottelt onder eigen naam.

Infused — Product waaraan na distillatie smaak is toegevoegd, bijvoorbeeld bier dat op whiskyvat heeft gelegen.

Islands — Verzamelnaam voor de Schotse eilanden buiten Islay, zoals Skye, Orkney en Jura.

Islay — Eiland ten westen van Schotland, bekend om zwaar geturfde, rokerige whisky.

K

Koudfiltratie — Zie chill filtration.

Kuiperij — Zie cooperage.

L

Lagering — Het rijpen van whisky op vat. In Schotland wettelijk minimaal drie jaar.

Lowlands — Zuidelijke regio van Schotland, traditioneel lichtere en zachtere whisky's.

Lyne arm — De pijp tussen ketelhals en condensor. De hoek ervan beïnvloedt het karakter van het distillaat.

M

Malt — Gemoute gerst: gerst die is gekiemd en daarna gedroogd.

Mash — Beslag: het mengsel van gemalen mout en heet water.

Mash tun — De kuip waarin het beslag wordt gemaakt en de suikers worden vrijgemaakt.

Maturation — Rijping op vat, waarin kleur, geur en smaak zich ontwikkelen.

Middenfractie — Zie hearts.

Mizunara — Japanse eik. Zeldzaam en lastig te bewerken, geeft kenmerkende wierook- en sandelhouttonen.

Mout — Zie malt.

N

NAS — No Age Statement: een botteling zonder leeftijdsvermelding.

Neus — De geur van de whisky, en het beoordelen daarvan.

New make spirit — Het kleurloze distillaat zoals het uit de ketel komt, voordat het het vat in gaat.

Non-chill filtered — Niet koudgefilterd. Kan bij lage temperatuur of bij verdunning licht troebel worden; dat is normaal.

O

Oak — Eikenhout. Wettelijk verplicht voor Scotch whisky.

Octave — Heel klein vat van ongeveer 50 liter, populair voor korte, intensieve nalagering.

Oloroso — Sherrytype dat oxidatief rijpt. Vaten ervan geven noten, leer en gedroogd fruit.

P

Peat — Turf. Bij het drogen van mout geeft turfrook de whisky een rokerig karakter.

Peated — Geturfd: gemaakt van mout dat boven turfrook is gedroogd.

Port pipe — Langwerpig portvat van ongeveer 550 liter.

Pot still — Koperen ketel voor batchdistillatie. Standaard bij Schotse malt whisky.

PPM — Phenol Parts Per Million: maat voor de hoeveelheid rookstoffen in het mout.

Puncheon — Vat van ongeveer 500 liter, korter en breder dan een butt.

PX — Pedro Ximénez, een zeer zoete sherry. Vaten ervan geven rozijn, vijg en stroop.

Q

Quartercask — Vat van ongeveer 125 liter, een kwart van een butt. Rijpt sneller door het grotere houtoppervlak.

R

Refill cask — Vat dat al eerder whisky bevatte. Geeft minder houtinvloed dan een first fill.

Reflux — Het terugvallen van damp in de ketel. Meer reflux levert een lichter distillaat.

Rye — Rogge, en de Amerikaanse whiskeystijl met minimaal 51% rogge. Kruidig en peperig.

S

Sherry cask — Vat dat eerder sherry bevatte. Zie ook oloroso en PX.

Single cask — Botteling uit één enkel vat. Elke fles is genummerd en de oplage is beperkt.

Single malt — Malt whisky van één distilleerderij, gemaakt van uitsluitend gemoute gerst.

Small batch — Botteling uit een klein aantal samengevoegde vaten. Geen wettelijk vastgelegde term.

Solera — Systeem waarbij vaten deels worden afgetapt en weer bijgevuld, zodat oud en jong zich vermengen.

Speyside — Dichtstbevolkte whiskyregio van Schotland, bekend om fruitige en sherryrijke stijlen.

Spirit safe — Afgesloten koperen kast met glas waarin de distilleerder het distillaat beoordeelt zonder erbij te kunnen.

Stave — Zie duig.

T

Tails — Engelse term voor de naloop. Zie feints.

Toasting — Het langzaam roosteren van de binnenkant van een vat, milder dan charring.

Triple distilled — Driemaal gedistilleerd. Gebruikelijk in Ierland, levert een zachter distillaat.

V

Vatsterkte — Zie cask strength.

Vatting — Het samenvoegen van meerdere vaten tot één botteling.

Virgin oak — Nieuw, ongebruikt eiken vat. Geeft veel houtinvloed in korte tijd.

W

Wash — De vergiste vloeistof van ongeveer 8% alcohol die de ketel in gaat. Vergelijkbaar met bier zonder hop.

Washback — De gistkuip, traditioneel van Oregon pine of lariks.

Whisky of whiskey — Schotland, Japan en Canada schrijven whisky; Ierland en de Verenigde Staten meestal whiskey.

Worm tub — Ouderwetse condensor: een koperen spiraal in een bak koud water. Geeft vaak een zwaarder, vleziger distillaat.

Wort — De zoete vloeistof die na het maischen overblijft en de gistkuip in gaat.

Verder lezen

Benieuwd hoe deze begrippen uitpakken in het glas? Bekijk onze whisky's, de specials of de single cask serie.